Recent zijn er Engelstalige artikelen verschenen over de inzet van AI en het rendement daarvan. In alle gevallen was veel data verzameld op de Amerikaanse markt. De bedrijfsomvang is daar echter anders dan in Nederland. Voor ons is het zinniger te kijken naar wat bijvoorbeeld in Zwitserland gebeurt.

TI&M en de Hogeschool Luzern hebben onderzoek gedaan naar de AI-volwassenheid bij Zwitserse bedrijven. Hieraan hebben 200 bedrijven uit 15 sectoren meegedaan. Nadruk bij de selectie lag op het MKB.
De bevindingen zijn deels in lijn met wat uit andere onderzoeken blijkt, maar er zijn ook interessante punten die de Nederlandse lezer/ondernemer aan het denken kan zetten.
Omvang belangrijker dan sector
Een van de belangrijkste bevindingen is dat de bedrijfsgrootte meer bepalend is voor de inzet van AI dan de sector. Dat omvang een rol speelt is niet zo vreemd, wel dat tussen de sectoren zo weinig verschillen zijn.
Iedereen die aangaf al iets te doen met AI kreeg aanvullende vragen. Daaruit blijkt dat efficiëntiewinst veel voorkomt en kan worden aangetoond. Omzetgroei is daarentegen voor de meeste deelnemers een stip aan de horizon. Het is in ieder geval (nog) niet aantoonbaar.
Wie AI al inzet en de plussen kan benoemen, die geeft ook eerder aan de budgetten daarvoor te willen verhogen. Klinkt logisch, maar direct daarna volgt een voorbehoud. Hallucinaties, gegevensbescherming en gegevensverlies zijn reden voor grote zorg bij de bedrijven. Begrijpelijk want Zwitserland heeft wetgeving vergelijkbaar met de AVG, NIS2 et cetera.
Balans vinden grote uitdaging
De balans vinden tussen meer met AI doen en binnen de juridische en organisatorische lijntjes blijven is een grote uitdaging. Een van de consequenties daarvan is dat een op de drie ondernemingen gebruik maakt van aanbod van internationale spelers. Anders gezegd: twee op de drie Zwitsers vertrouwt voor AI alleen op zijn eigen serverruimte of lokale colocatie datacenter. Dat klinkt als bewust en weloverwogen risicomijdend gedrag.