De Rechtbank Den Haag verbiedt bij vonnis van 18 februari JPS om vergoedingsplichtige voorwerpen in Nederland te importeren, fabriceren of verhandelen als niet binnen twee weken na het moment van import of fabricage opgave is gedaan bij Stichting de Thuiskopie. Verder moet het bedrijf ruim 345.000 Euro aan vergoedingen aan de Stichting betalen en de proceskosten (ruim 22.000 Euro).

Uit het vonnis:

JPS is een Nederlandse onderneming die zich bezighoudt met de inkoop, import, verkoop en export van onder meer smartphones, tablets en wearables; voorwerpen waarop de thuiskopieregeling van toepassing is.
Thuiskopie en JPS zijn sinds april 2021 met elkaar in conclaaf over de wettelijke verplichting van JPS onder de thuiskopieregeling tot opgave. JPS heeft uiteindelijk op 6 mei 2025 aan Thuiskopie opgave gedaan van het aantal door haar van 2019 t/m 2024 geïmporteerde, ingekochte, verkochte en geëxporteerde vergoedingsplichtige voorwerpen.
Aan de hand van de opgave heeft Thuiskopie bij JPS thuiskopievergoeding in rekening gebracht voor alle vergoedingsplichtige voorwerpen die JPS van 2019 t/m 2024 heeft geïmporteerd en in Nederland (ter verdere verkoop) heeft ingekocht.
Op 30 december 2025 heeft JPS aan Thuiskopie opgave gedaan van het aantal door haar in 2025 geïmporteerde, ingekochte, verkochte en geëxporteerde vergoedingsplichtige voorwerpen.
Na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam heeft Thuiskopie op 17 december 2024 conservatoir beslag gelegd op de bankrekeningen van JPS tot zekerheid van verhaal voor de vordering.
Voor de rechter gesleept
Het is niet de eerste keer dat een onderneming door Stichting de Thuiskopie voor de rechter wordt gesleept en dat ITchannelPRO hier over schrijft. In dit geval is er over een periode van vijf jaar een onvolledige opgave gedaan en daarmee te weinig betaald.
Dat JPS stelt dat de betaalverplichting onjuist is omdat voor refurbished hardware een lager tarief geldt zou kunnen kloppen. Verder beweert het dat voor de geïmporteerde goederen in het land van herkomst al een afdracht heeft plaatsgevonden. Ook dat zou kunnen kloppen.
Het bedrijf onderbouwt deze claims echter niet. De rechter zegt daarover: “De bewijslast ten aanzien van het bestaan van het volgens JPS bestaande verval van de betalingsverplichting of het recht op restitutie wegens export rust op JPS. JPS heeft daar echter niet aan voldaan. Zij heeft haar stellingen niet nader onderbouwd.”
Dit vonnis valt niet alleen op door hoogte van de alsnog te betalen heffingen. Uit alles blijkt dat de rechter bekend is met de materie en regelingen. Wie denkt dat sjoemelen met dit soort heffingen nog kan en dat de kans tegen de lamp te lopen gering is doet er goed aan het vonnis goed door te lezen. Thuiskopie deinst er niet voor terug beslag te leggen op alles dat los en vast zit.