Over OFCOM en Britse en Nederlandse offliners

Hoe groot is de groep volwassenen die niet online gaat

De meest recente publicatie van OFCOM (de Britse telecom toezichthouder) is ook bij een paar Nederlandse techtitels genoemd. Net als de Engelse titels schrijft men vooral over de verminderde aandacht voor social media. Dat punt verdient inderdaad de nodige aandacht, maar er staat nog meer in die rapportage waar op gewezen mag worden.

Vlak voor het Paasweekend nieuws naar buiten brengen kan een bewuste keuze zijn omdat er dan in de regel weinig journalisten actief zijn. Het rapport van OFCOM “Adults’ media use and attitudes” trekt wel de aandacht, al was het maar omdat het nu al vijf jaar verschijnt. Journalisten kunnen dus inschatten wanneer het verschijnt. Het gevolg was dat in de Britse pers, tech en andere titels, vrij veel is geschreven over de publicatie.

Social media

Minder gebruik van social media is wat voor journalisten het meest genoemd is al hoofdpunt van het onderzoek. Vooral de groeiende groep die afziet op de zelfde manier te posten als men voorheen deed. Die groep is ook op andere manieren minder bezig met social media.

Dat sommigen daaraan de conclusie verbinden dat sociale controle of zelfs wetgeving daarvoor verantwoordelijk zijn, is een voor de hand liggende reactie. Of het klopt is weer een ander verhaal. Er bestaat namelijk ook zoiets als afnemende interesse.

Offliners

Maar zoals gezegd, er staat meer dat de moeite van het delen waard is. OFCOM stelt dat zes procent van de volwassenen in 2025 bewust geen internet (vast en mobie) gebruikte. Dat percentage offliners is min of meer constant en dat ouderen (65+) daar een oververtegenwoordiging hebben zal niet verbazen.

Effect overheidsinspanningen

Waarom die groep de boot afhoudt is niet zo spannend. Spannend is wel dat OFCOM een voorzichtige link legt tussen de overheidsinspanningen iedereen online te krijgen en het stabiele percentage offliners.

Landelijke verglazing, goedkope abonnementen voor mensen met weinig koopkracht, alternatieve verbindingen, ondersteuning van lokale vrijwilligers, het maakt allemaal weinig uit. Er is een groep die deze vorm van communicatie niet omarmt. Voor alle duidelijkheid, 65+ is in die groep offliners ruim vertegenwoordigt, maar het is niet de enige leeftijdsgroep.

Appels met peren

In Nederland bestaat ook een groep offliners. Het CBS spreekt over een groep van 4 procent, maar hanteert een andere definitie. Waar de Britten het gedrag van volwassenen in kaart hebben gebracht, kijkt het CBS naar iedereen vanaf 12 jaar. De Nederlandse en Britse score met elkaar vergelijken kan dus niet. Wat wel kan en moet is vaststellen dat offliners bestaan in Nederland, en dat de groep volwassenen die dat betreft groter is dan je denkt.

Mobiele versie afsluiten