
Het kabinet constateert dat binnen de huidige begroting geen ruimte bestaat voor het aangaan van de vereiste financiële verplichtingen ten behoeve van de aanbesteding van grootschalige rekencapaciteit bij een AI-gigafabriek via EuroHPC. Hierdoor kan nu geen publieke rekencapaciteit worden aanbesteed bij AI-gigafabrieken die mogelijk zullen worden gerealiseerd binnen de kaders van EuroHPC.
Het kabinet is, in lijn met het rapport-Wennink, voorstander van AI-gigafabrieken die volledig door de markt worden gefinancierd, waarbij voor het kabinet een taak ligt om de randvoorwaarden daarvoor te versterken. Daarnaast investeert het kabinet met € 71 miljoen in een AI-fabriek in Groningen, met een totaal van ruim € 200 miljoen vanuit een samenwerking met regio Groningen en Noord-Drenthe en de Europese Commissie.
Overwegingen van het kabinet
Het kabinet heeft kennisgenomen van het onderzoek naar de mogelijke meerwaarde van een AI-gigafabriek in Nederland dat is uitgevoerd door Ecorys. Uit deze verkenning blijkt dat een AI-gigafabriek onder bepaalde voorwaarden kan bijdragen aan het versterken van strategische autonomie en het vestigingsklimaat.
Tegelijkertijd concludeert het rapport dat de feitelijke meerwaarde sterk afhankelijk is van het ontwerp en het gebruiksdoel van de infrastructuur. Een grootschalige en centrale AI-gigafabriek is met name relevant voor het trainen van de meest geavanceerde AI-modellen. Maar voor veel toepassingen, met name het draaien van reeds getrainde AI-modellen (inferentie), volstaan kleinere rekenfaciliteiten.
Het rapport van Ecorys wijst daarnaast op verschillende randvoorwaarden en onzekerheden. Zo vraagt een AI-gigafabriek om zeer omvangrijke investeringen en is het onzeker in hoeverre Nederlandse partijen op korte termijn zelfstandig zeer geavanceerde AI-modellen zullen ontwikkelen die dergelijke rekencapaciteit vereisen.
Ook wordt gewezen op de mogelijkheid van een gefaseerde ontwikkeling van rekeninfrastructuur, waarbij capaciteit stapsgewijs kan worden uitgebreid naarmate de vraag toeneemt. De structurele behoefte aan grootschalige AI-rekenkracht ontwikkelt zich mondiaal gezien dynamisch, is deels nog een verwachting en is veelal nog niet scherp gearticuleerd. Ook wordt de vorm van AI-infrastructuur in sterke mate bepaald door de aard van de AI-toepassingen en de behoeften van gebruikers. Om die reden wordt momenteel de rekenbehoefte binnen de overheid nader in kaart gebracht en wordt onderzocht hoe de coördinatie van AI-rekenkracht voor de overheid georganiseerd kan worden.
Tot slot
Nederland kiest voor een gefaseerde aanpak en strategische ontwikkeling van AI-infrastructuur: de overheid koopt rekenkracht in aansluitend bij haar vraag, stimuleert waar nodig het aanbod, behoudt flexibiliteit in een snel veranderend technologisch landschap en zoekt actief aansluiting bij Europese samenwerking.
Hierdoor kan Nederland een sterke positie uitbouwen binnen het Europese AI-ecosysteem, waarbij economische en maatschappelijke voordelen worden gemaximaliseerd en publieke investeringen zorgvuldig en doelmatig worden ingezet.
(de bovenstaande tekst komt letterlijk uit de brief van de Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit aan de Tweede Kamer – cursief is door de redactie aangebracht)






