Bloomberg kwam dinsdag met de melding dat Hitachi Ltd. de dochteronderneming Hitachi Vantara in de etalage zet. Hitachi Vantara richt zich op storage, bedient de bovenkant van de markt en zou tot 200 miljard yen (1,08 miljard Euro) moeten opbrengen.
Het is niet de eerste keer dat de lezers door een dergelijke melding beseffen dat Japanse IT bedrijven vaak onderdeel zijn van een veel groter concern. Panasonic, NEC en Toshiba zijn voorbeelden die eerder voorbij zijn gekomen.
De link met die drie genoemde merken is dat ze ooit vindbaar waren op de Europese markten en daar ook redelijk scoorden. Over de tijd is het marktaandeel hier afgenomen. Nieuwe aanwas van klanten, ondanks alle inspanningen, was amper waarneembaar.
Wat volgde was het afbouwen van de aanwezigheid in kleine Europese landen en daarna ook de grote landen verlaten. Bestaande contracten worden zo goed als mogelijk overgeheveld naar servicepartners en daarna horen we er hier niets meer van.
Die krimp houdt niet op als Europa is verlaten. De Hitachi Vantara is daar een voorbeeld van. Als kleinere businessunit is ondertussen makkelijker te verkopen omdat er geen lastige afhankelijkheden buiten Japan meer zijn.
Lange lijst
Dat nu een koper wordt gezocht is daarom geen verrassing. Het is de volkomen logische vervolgstap. Het bedrijf zal opgaan in iets anders, de merknaam zal wellicht nog enige tijd blijven bestaan. Hoewel het huidige Hitachi Vantara meer doet dat storage zetten we het wel op de lange lijst van storagebedrijven waarvan alleen de logo’s nog iets zeggen. De teller tikt nu de twintig aan, en dat in slechts tien jaar tijd.





