Wie bij ‘ruimte’ nog steeds denkt aan ver-van-ons-bed-technologie, raketten en sciencefiction, heeft de afgelopen jaren niet goed opgelet. In een tijd waarin geopolitieke spanningen oplopen en afhankelijkheden pijnlijk zichtbaar worden, is de ruimte juist verrassend dichtbij gekomen. Satellieten bepalen onze communicatie, navigatie, financiële transacties en — steeds nadrukkelijker — onze veiligheid. Het is precies die urgentie die centraal stond tijdens het Annual Dinner van de Telecom Society, gisteravond op het indrukwekkende decor van Kasteel de Wittenburg in Wassenaar.
Tussen de gangen van een uitstekend diner door werd het publiek meegenomen in een serie intermezzo’s die inhoudelijk net zo rijk waren als het menu. Drie sprekers, drie perspectieven, één rode draad: ruimte is geen abstract domein meer, maar een strategische factor van formaat.
Jeff Mac Mootry trapte af met de blik van iemand die veiligheid niet uit boeken kent, maar uit de praktijk. Vanuit zijn ervaring als commandant en voormalig directeur operaties bij het Commando Zeestrijdkrachten maakte hij duidelijk hoe verweven nationale en internationale veiligheid inmiddels zijn met ruimte en communicatie. Wat vooral bleef hangen: veiligheid is geen exclusieve verantwoordelijkheid van overheden of krijgsmachten. In een hyperverbonden wereld draagt ieder individu — en zeker iedere organisatie in telecom en technologie — bij aan weerbaarheid.
Daarna bracht Kees Buijsrogge de zaal van het tactische naar het strategische niveau. Hij schetste scherp hoe investeringen, macht en geopolitieke keuzes in de ruimte het wereldtoneel herschikken. Satellieten en ruimte-infrastructuur zijn geen ondersteunende middelen meer, maar bepalende assets. Wie hier niet in investeert, levert autonomie in. Voor een sector die draait op connectiviteit en data was zijn boodschap glashelder — en soms confronterend.
Barbara Baarsma sloot inhoudelijk af met een Europese bril. Haar verhaal ging over samenwerking, schaal en keuzes durven maken. Juist in kritieke sectoren zoals financiële infrastructuur en telecom ligt er een opgave om als Europa meer gezamenlijk op te trekken. Niet uit idealisme, maar uit economische noodzaak. Strategische autonomie vraagt om hoogproductieve bedrijven, duidelijke prioriteiten en een volwassen Europese samenwerking.
De avond werd soepel en energiek begeleid door Fleur Huijs, die met zichtbaar gemak de overgangen tussen inhoud en diner verzorgde en het tempo hoog hield. Het bestuur van de Telecom Society mag zichzelf bovendien op de schouder kloppen: zij slaagden erin om technologie, economie en veiligheid samen te brengen in een programma dat zowel prikkelde als inspireerde.
In de statige zalen van Kasteel de Wittenburg voelde de ruimte ineens verrassend concreet. Misschien is dat wel de belangrijkste conclusie van de avond: wie de toekomst van telecom en technologie wil begrijpen, moet soms even omhoog kijken — om daarna met beide benen stevig op de grond betere keuzes te maken.
Boris van der Voorn





