De hoogste rechters van de Europese Unie hebben bepaald dat Apple terecht is aangewezen als een gatekeeper onder de DMA. Dit heeft in ieder geval als gevolg dat alle bezwaren van het Amerikaanse bedrijf tegen de interoperabiliteitsverplichtingen zijn afgewezen.
Deze uitspraak is daarmee een eerste en zeer belangrijke stap op weg naar meer interoperabiliteit. Als Apple voor zowel de store als iOS zich hier aan moet houden, dan kan iedereen wel voorspellen wat er gebeurt met AWS en Azure. Die twee diensten zijn vorige week voorzien van het label “waarschijnlijk gatekeeper.”
Het persbericht van het hof staat hieronder. De drie punten die Apple aanvoerde zijn vet weergegeven”
Digitale diensten: het Gerecht verwerpt de beroepen van Apple tegen zijn aanwijzing als „gatekeeper“ met betrekking tot de App Store en iOS Het Gerecht oordeelt tevens dat de beroepen betreffende de iMessage-dienst niet-ontvankelijk zijn.
Apple is een innovatief technologiebedrijf dat apparaten zoals de iPhone en de iPad heeft ontwikkeld, samen met hun eigen mobiele besturingssystemen (respectievelijk iOS en iPadOS). Het bedrijf exploiteert vijf winkels voor softwareapplicaties, namelijk de iOS App Store (voor iPhone-mobiele telefoons), de iPadOS App Store (voor iPad-tablets), de watchOS App Store (voor Apple Watches), de macOS App Store (voor Mac-computers) en de tvOS App Store (voor Apple TV-televisieapparaten).
Op 5 september 2023 heeft de Europese Commissie, op grond van de verordening inzake digitale markten (Digital Markets Act, DMA) 1, Commissie Apple aangewezen als „poortwachter“ met betrekking tot de App Store, het besturingssysteem iOS en de webbrowser Safari. Die aanwijzing kan worden toegekend aan bepaalde grote digitale ondernemingen die kernplatformdiensten leveren – dat wil zeggen diensten die een onmisbare rol spelen als tussenpersoon tussen bedrijven die hun diensten online willen aanbieden en eindgebruikers – wanneer zij voldoen aan bepaalde voorwaarden met betrekking tot onder meer hun omvang en marktinvloed.
Ondernemingen die op deze manier zijn aangewezen, zijn onderworpen aan specifieke verplichtingen die bedoeld zijn om eerlijke concurrentie te waarborgen.
In haar besluit heeft de Commissie de iMessage-dienst tevens aangemerkt als een nummeronafhankelijke dienst voor interpersoonlijke communicatie (NIICS) die een kernplatformdienst (CPS) vormt. Op dezelfde datum startte de Commissie een marktonderzoek om na te gaan of de door Apple aangevoerde argumenten met betrekking tot de iMessage-dienst de in de DMA vastgelegde veronderstellingen konden weerleggen, volgens welke de onderneming voldeed aan de drie criteria die vereist zijn om als gatekeeper te worden aangemerkt.
Op 12 februari 2024 besloot zij uiteindelijk Apple niet aan te merken als gatekeeper met betrekking tot iMessage. Zowel in het besluit tot opening van het onderzoek als in het besluit tot afsluiting ervan werd de classificatie van iMessage als een NIICS die een CPS vormt, echter gehandhaafd.
Apple heeft vervolgens een procedure aanhangig gemaakt bij het Gerecht van de Europese Unie om: ten eerste, haar aanwijzing als poortwachter met betrekking tot de App Store en iOS, alsmede bepaalde classificaties van de Commissie aan te vechten; ten tweede, het besluit tot inleiding van het onderzoek betreffende iMessage; en, ten slotte, het besluit tot afsluiting van dat onderzoek.
Het Gerecht wijst alle door Apple ingestelde beroepen af. Het bevestigt de aanwijzing van Apple als poortwachter (“gatekeeper”) met betrekking tot de App Store en iOS, en verklaart de beroepen betreffende de iMessage-dienst niet-ontvankelijk.
In de eerste plaats verklaart het Gerecht het door Apple aangevoerde exceptie van onwettigheid tegen de bepaling van de DMA betreffende de interoperabilitei tsverplichtingen die worden opgelegd aan ondernemingen die als „gatekeepers” zijn aangewezen, niet-ontvankelijk. Het oordeelt dat die bepaling noch de rechtsgrondslag van het aanwijzingsbesluit vormt, noch een regel is die een rechtstreeks juridisch verband met dat besluit heeft, en dat de vermeende onwettigheid ervan derhalve niet kan worden aangevoerd ter ondersteuning van een verzoek tot nietigverklaring van dat besluit.
In de tweede plaats bevestigt het Gerecht de beoordeling van de Commissie dat de verschillende versies van de App Store één enkel CPS vormen. Het stelt vast dat deze winkels, ongeacht de apparaten in kwestie, hetzelfde doel hebben, namelijk app-ontwikkelaars in contact brengen met eindgebruikers om de distributie van softwareapplicaties te vergemakkelijken. De verschillen
die Apple aanvoert om te beweren dat elk van die winkels een afzonderlijk CPS vormt, en dat bijgevolg alleen de iOS App Store voldoet aan de drempels die vereist zijn voor de aanmerking als gatekeeper, hebben voornamelijk betrekking op de specifieke kenmerken van de gebruikte apparaten en rechtvaardigen geen onderscheid tussen verschillende kernplatformdiensten.
In de derde plaats verklaart het Gerecht de grieven betreffende de aanmerking van iMessage als een NIICS (*) die een CPS vormt, niet-ontvankelijk. Het is van oordeel dat die aanmerking op zichzelf geen bindende rechtsgevolgen heeft die een verandering in de rechtspositie van Apple teweegbrengen. Met name is geen van de door de DMA vastgestelde verplichtingen van toepassing op iMessage, aangezien die dienst niet in een aanwijzingsbesluit als belangrijke gateway is opgenomen. Om dezelfde redenen wijst het Gerecht ook de beroepen af die gericht zijn tegen de besluiten tot inleiding en beëindiging van het marktonderzoek met betrekking tot iMessage.
(*) NIICS – Number-Independent Interpersonal Communication Services