In een informele setting werden begin april twee rondetafels georganiseerd binnen het domein DSR, met een gemêleerd gezelschap van experts uit infrastructuur, open source, managed services en de publieke sector. In de eerste rondetafel stond de vraag centraal wie in de praktijk verantwoordelijkheid neemt voor digitale soevereiniteit, en wat dat betekent voor samenwerking binnen de IT-keten.
Wat direct opvalt is dat digitale autonomie niet langer een ideologisch debat of niche-onderwerp is. De deelnemers spreken over een duidelijke verandering in de markt. Waar gesprekken voorheen vaak werden gedreven door scepsis of emotie, ligt de nadruk nu op uitvoerbaarheid, risicobeheersing en de noodzaak om Europese alternatieven daadwerkelijk onderdeel te maken van de digitale infrastructuur.
Strategische lading
De eerste sessie brengt Diana Krieger (Soverin), Bert Boerland (SUSE) en Vincent van Mierlo (Eurofiber Nederland) samen aan tafel. Hoewel de organisaties sterk van elkaar verschillen, van infrastructuur en open source tot privacygedreven communicatie, ontstaat opvallend snel een gedeeld perspectief. Digitale soevereiniteit raakt namelijk inmiddels vrijwel iedere laag van de IT-stack. Niet als theoretisch vraagstuk, maar als dagelijkse praktijk waarin leveranciers, partners en klanten steeds nadrukkelijker afhankelijk van elkaar blijken te zijn.
Daarmee krijgt het gesprek direct een strategische lading. Want zodra organisaties erkennen dat digitale autonomie niet binnen één product of dienst kan worden opgelost, verschuift automatisch ook de discussie. Het gaat dan niet alleen meer over technologie, maar over verantwoordelijkheid, interoperabiliteit en het vermogen om als ecosysteem samen te werken. Juist op dat punt wordt duidelijk hoe snel de markt zich ontwikkelt, en hoe sterk de behoefte groeit aan Europese ketens die daadwerkelijk schaalbaar en betrouwbaar zijn.
Verantwoordelijkheid
Er wordt afgetrapt met de vraag wie zich verantwoordelijk voelt voor wat er in de eigen en aangrenzende lagen van de IT-stack speelt. Het antwoord van Vincent geeft direct een onverwachte wending aan het gesprek, omdat hij impliciet de factor tijd introduceert. “Wij voelen ons steeds meer verantwoordelijk, of in ieder geval nauw betrokken, omdat je de glasvezelinfrastructuur, die echt wel tot het digitaal ICT-fundament behoort, in een keer goed moet aanleggen. We moeten nu al acteren om later de verschillende toepassingen en ontwikkelingen op te kunnen vangen. Dus de gesprekken die je voert worden anders omdat we samen met de klant, en hij weer met zijn andere IT-leveranciers, vooruit moeten kijken.”
Diana is eveneens van mening dat er sprake is van een vorm van verantwoordelijkheid. “Zeker. Ik denk dat iedereen in de IT dat zou moeten hebben. Wij doen identiteit, wij doen communicatie. Wij kiezen er zelf voor om alles in-house te hebben, met eigen servers, eigen racks en dat vanaf de eerste dag. We zitten ook bewust bij BIT in het datacenter. Met andere woorden, wij zijn serieus over het invullen van onze rol en de verantwoordelijkheid nemen. Zonder dat zijn we niet soeverein en is privacy-first onmogelijk. Dat laatste wordt nogal eens over het hoofd gezien, want soeverein is niet hetzelfde als dat er heel netjes met je data wordt omgegaan.”
Omdat Bert een heel ander soort bedrijf vertegenwoordigt, wijkt zijn verhaal sterk af van de twee anderen. “Wij zijn anders, we geven ons product namelijk gratis weg. Klanten kennen ons product voordat ze ons bellen. Ze hebben het geïnstalleerd, ze hebben een poc gedaan, ze hebben het al draaien, misschien zelfs in productie. Dus dat maakt dat je een andere manier van sales bedrijft dan traditionele sales. Het maakt ook dat ik me helemaal niet verantwoordelijk kan voelen voor een groter deel van de stack.”
Vraagt de klant erom?
De drie verschillende antwoorden op de eerste vraag kunnen al reden zijn voor een diepgaande discussie. Met de vervolgvraag wordt die nog verder aangescherpt: vragen jullie klanten om digitale soevereiniteit of iets dat daarmee te maken heeft? Vincent schudt daarop resoluut het hoofd. “Je bent een paar gesprekken verder eer dat thema voor het eerst ter sprake komt en dan nog verschilt het sterk per klant.”
Het zal niet verbazen dat het bij Soverin eerder ter sprake komt, maar ook staat het opvallend genoeg pas op de tweede plek. “Het eerste wat men wil weten zijn kwaliteit en beschikbaarheid”, zegt Diana. “Dat is logisch, want soevereiniteit is geen product dat wij verkopen. Het is een onderdeel van de waarde die we leveren.”
Bert: “Tien jaar geleden hadden wij alleen de open source-kaart om uit te spelen. Drie jaar geleden is daar de ‘VMware versus de multivendor-kaart’ bijgekomen en dat heeft ons heel erg geholpen. Sinds één jaar hebben we de soevereiniteitskaart toegevoegd. Van die drie troefkaarten is de laatste op dit moment het meest waardevol.”
Factor tijd
De discussie over deze standpunten en de vervolgvragen geeft als belangrijk inzicht dat de factor tijd zeer belangrijk is bij dit onderwerp. Tijd is meer dan vooruitkijken. Het staat, als het gaat om soevereiniteit, ook voor tijdsdruk. Bedrijven en overheden die in beweging komen, hebben meer dan ooit de neiging om te versnellen. Doorlooptijden schijnen soms belangrijker te zijn dan de kosten. Dat daar risico’s aan verbonden zijn, is bekend, maar de angst voor de kill-switch is ook een gegeven.
Het gesprek met dit trio van totaal verschillende bedrijven gaat verder nog over samenwerking en ecosystemen. De bijeenkomst vindt plaats enkele dagen nadat een groep Europese bedrijven, waaronder Soverin en Nextcloud, heeft aangekondigd nauwer te gaan samenwerken.
Vincent: “Als je beseft dat je onderdeel bent van een ecosysteem, dan kun je je rol als leverancier beter invullen. Het is iets dat de vraagzijde, in ieder geval bij ons, enorm weet te waarderen. Het wordt zelfs min of meer van je verwacht. Dat is ook wat ik met mijn eerste reactie bedoel. Meedenken met de klant betekent ook laten zien dat je weet dat er heel veel schakels zijn waar hij en jijzelf mee te maken hebben, en dat vervolgens meenemen in de voorstellen.”
Handelen vanuit ecosystemen
Vanuit ecosystemen handelen door de aanbodzijde is volgens Diana een logische invulling van het begrip interoperabiliteit dat in de telecomsector gemeengoed is. “Interoperabel zijn, betekent over open standaarden nadenken en daarmee maak je het grote verschil met Big Tech. Wie dat doet stelt zijn klanten en gebruikers in staat keuzes te maken om hun diensten af te nemen waar ze dat willen. Als ze dat niet meer bij ons willen, dan willen wij ze heel graag helpen om dat bij een ander te doen. Dat is precies wat Microsoft en Google niet doen. Die houden alles dicht.”
Niet nieuw, wel anders
Bert voegt daar een meer filosofische noot aan toe: “In control zijn over je eigen stack is geen nieuw fenomeen, maar de enkeling die dat voorheen deed werd als een Don Quichot gezien. Dat is nu echt wel anders. De overheid en het bedrijfsleven ziet nu in wat het belang is van een IT-stack die is opgebouwd uit zoveel mogelijk Nederlandse, of Europese, lagen.”
Diana herkent zich daar wel in. “Daar weten we alles van. Het was jarenlang roepen in de woestijn en nu zien we overal om ons heen adoptie en versnelling.”
Het verslag van de tweede DSR rondetafel volgt over enkele dagen. Dit artikel verscheen eerder in ITchannelPRO magazine 2026-03 en is ook te lezen bij DSR