In 2009 is een begin gemaakt met het uitfaseren van de gloeilamp. Dat proces heeft meerdere jaren geduurd en heeft grotere gevolgen gehad dan op het eerste gezicht lijkt. Dit was echt disruptief
Af en toe komen er nog wat meldingen voorbij over die goede oude tijd met een lamp boven de eettafel die ook voelbare warmte produceerde. Die warmte betekende zoveel als dat het geen efficiënte bron van verlichting was.
Gloeilampen waren enorm goedkoop, maar daar hielden de pluspunten ook wel mee op. Het belangrijkste argument voor Brussel om dit soort verlichting te laten verdwijnen was het enorme verbruik. Alle peertjes opgeteld kwam overeen het met elektriciteitsverbruik van 10 miljoen huishoudens.
Het eerste dat zowel de verkopers als de kopers van gloeilampen merkten van het verbod was de schapruimte. Bouwmarkten, speciaalzaken, supermarkten, overal waar gloeilampen werden verkocht namen ze veel schapruimte in. Dat kwam omdat er veel uitvoeringen waren maar ook omdat de levensduur beperkt was. Die ruimte was niet meer nodig.
Lege schappen zijn ongewenst, dus iedereen moest op zoek naar nieuwe producten. Het nieuwe soort verlichting, LED lampen, kon niet alle ontstane gaten vullen. Het aantal variaties in uitvoeringen was geringer dan bij gloeilampen. Maar nog belangrijker is dat een hoge voorraad aanhouden van producten die in plaats van 1 jaar 10 jaar meegaan totaal onlogisch is.
Scheiding vervaagt
Gelijktijdig gebeurde er nog iets dat iedereen kon zien. Merken die voorheen bekend waren als makers van gloeilampen breidden het assortiment armaturen uit. Ze gingen ook over het combineren. Wandlampen en plafonnières met een vast ingebouwde, niet te vervangen, LED lamp, deden zijn intrede en hebben ondertussen een aanzienlijk marktaandeel opgebouwd.
De scheiding die bestond tussen twee soorten fabrikanten is daarmee vervaagd en dat zie je zelfs terug bij de manier waarop bouwmarkten de verlichtingsafdeling hebben ingericht. Voor verkopers is er nog veel meer veranderd dan alleen de schapruimte. Het transactievolume is gekelderd en de hogere verkoopprijs is onvoldoende om dat te compenseren.
Deze terugblik is in eerste instantie bedoeld om te laten zien dat IT echt niet de enige sector is die het begrip “disruptief” kan claimen.
Wetgeving kan disruptief zijn
Het is ook mogelijk hier nog iets anders uit te halen. Als de Europese Unie en de Lidstaten ergens de schouders onderzetten dan is er echt heel veel mogelijk met grote impact omdat bestaande businessmodellen ophouden rendabel te zijn. Tegelijk ontstaat er de situatie dat partijen andere posities in de waardeketen gaan innemen omdat ze meerdere schakels van die keten in eigen beheer hebben. Dit heeft weer gevolgen voor het aanbod, de marges en zelfs het aantal verkopers. Echt disruptief dus.