De Federal Communications Commission FCC heeft in maart voor veel persaandacht gezorgd. Men besloot wegens “de nationale veiligheid” een verbod aan te kondigen voor routers die niet in Amerika worden gemaakt. Ingangsdatum: 1 januari 2027.
Dit besluit was vanaf het eerste moment zeer omstreden. Wie of wat die veiligheid bedreigde weigerde FCC duidelijk te maken. Dat er miljoenen routers en andere devices besmet zijn door malware is een gegeven dat met het verbod niet wordt opgelost.
Import en verkoop verbieden zou alleen zin kunnen hebben als er op nationaal niveau een verplichte omwisseling plaatsvindt. Dat is natuurlijk helemaal niet wat FCC wil of kan.
Drie legale fabrikanten
Dat er slecht drie fabrikanten waren die konden doorgaan met leveren na 1 januari 2026 was te verwachten, net zo als een daarvan bekend staat als grote sponsor van de president.
Zelfs die sponsoring bleek onvoldoende, want FCC is nu tot het inzicht gekomen dat het verbod meer schade aanricht dan dat het ooit zou kunnen verhelpen. In het verbodsdocument stond namelijk ook dat het fabrikanten van verboden devices ook niet meer mochten onderhouden. Met andere woorden, het aanbieden patches en firmware-updates zou een overtreding van wetten zijn.
Tikkende tijdbom
Dat is iets waar elke cybercrimineel of niet-bevriende mogendheid alleen maar van kan dromen: een land dat onder het mom van meer veiligheid van elke router en modem een tikkende tijdbom maakt.
In een memo van net twee pagina’s heeft FCC op 8 mei laten weten dat de huidige situatie tot 1 januari 2029 wordt verlengd. Dat is in theorie dan de ingangsdatum van het verbod. In het document staat dat men meer tijd nodig heeft om de “potential harm to the public interest” in kaart te brengen.
Als “harm” staat voor schade, mag FCC ook in de spiegel kijken. Een instantie die voorheen op de nodige afstand stond van de politiek heeft zich duidelijk voor een karretje laten spannen. Dat levert meer dan imagoschade op. Elke volgende melding van FCC zal niet meer klakkeloos worden geloofd.