Een grote internationale not for profit organisatie heeft vastgesteld dat de keuze voor cloud en datacenters moet worden gecorrigeerd. Die boodschap en uitgebreide uitleg is dit voorjaar aan de leden voorgelegd. Twee hoekstenen van de IT architectuur aanpassen, het zal niet de eerste keer zijn dat dit gebeurd. Maar of we het elke keer zo duidelijk gepresenteerd krijgen?
De organisatie heeft voor een deel van de processen de stap naar de cloud gemaakt. Een 100 procent afhankelijkheid van een hyperscalers of cloudaanbieder is er niet. Wat dat betreft is men indertijd al goed nagedacht.
Kosten van cloud te hoog
Het idee was dat de kosten van migratie en daarna de lagere kosten per jaar tot een besparing zouden gaan leiden. Dat verhaal moet de lezer bekend voorkomen. Na vijf jaar zijn de cloudkosten echter gaan stijgen en de tendens is dat de prijsverhogingen versnellen.
Ook dat mag geen verrassing zijn. In dit geval is men echter de hele businesscase tegen het licht gaan houden (dat moest ook om wat hierna volgt). De conclusie was glashelder: het overstappen naar een hyperscaler draagt niet bij aan lagere uitgaven.
Datacenters en redundantie
Voor een ander deel van de processen is ooit gekozen de workloads over datacenters van twee verschillende aanbieders te verdelen. Redundantie als uitgangspunt, dat is alleen maar toe te juichen.
En hoewel die redundantie nog steeds bestaat is er wel wat veranderd. Datacenter een heeft datacenter twee overgenomen. Gevolg is dat aan sommige aspecten van redundantie niet meer voldaan kan worden. Een van de datacenterlocaties is daarom inmiddels al omgeruild voor die van een andere aanbieder.
Deze beschrijving is slechts het topje van de ijsberg. De organisatie heeft klanten in landen die door de Verenigde Staten op zwarte lijsten zijn gezet. Gevolg daarvan is dat in elke Amerikaanse hyperscaler of datacenterexploitant op enig moment onder druk gezet kan worden door Washington de organisatie op zwart te zetten. Zoals we weten is dat al meermaals gebeurd en lang niet elke actie heeft de Nederlandse pers gehaald.
Zaken doen met Amerikaanse IT bedrijven is voor de not for profit dus een risico geworden, waarvan de impact onaanvaardbaar groot is. Gelukkig is de hoeveelheid en het soort data dat in de hyperscaler zit niet extreem gecompliceerd. Men kan dat ook bij andere – lees Europese – aanbieders onderbrengen.
Voor wat betreft de keuze van de datacenters: de kwetsbaarheid die is ontstaan door een overname is op tijd en correct ingeschat. Een datacenterbedrijf met vestigingen in Nederland en wat andere Europese landen (waaronder het neutrale Zwitserland) heeft daardoor een nieuwe klant.
Definitie van afhankelijkheid
Maar het proces is nog niet afgerond. Er wordt gezocht naar een fijnmaziger netwerk van verschillende datacenters in meerdere landen. Dat heeft alles te maken met de definitie van afhankelijkheid.
Groot = risico
Wat deze hele case onderstreept is dat alle eieren in een mandje leggen van een grote partij niet langer opweegt tegen de risico’s. Grote partij A verhoogt de kosten tot een onacceptabel niveau en is als Amerikaanse entiteit gebonden aanwijzingen op te volgen met grote gevolgen. Datacenter B is ook Amerikaans en kan dus ook gedwongen worden in te grijpen in de business.
De enige manier om deze risico’s te minimaliseren is volgens deze not for profit zo veel mogelijk afscheid nemen van de cloud, weer gebruik te gaan maken van eigen hardware en die in meer en verschillende datacenters onder te brengen.
We hebben het hier trouwens over RIPE.